Woensdag

Een onverwachte aanval van daadkracht. Een halfuurtje eerder thuis van het werk en prompt bevond ik me in de kruipruimte onder de grond om op zoek te gaan naar de oorzaak van de stank die al ruim anderhalve week in onze gang en in de wc hangt. Nu had ik het zelf niet zo geroken, ik zal wel weer een viespeuk zijn, maar de laatste dagen kon ik het niet meer ontkennen. Vermoedelijk was het een lek in de afvoer, dachten we. En dus een lamp gepakt en in het gat neergezet. Extra gewapend met het flitslicht van mijn mobieltje kroop ik het stof in. Rechtdoor lukte het niet bij de afvoer van de wc te komen. Zelf ik kon met mijn dunne lijf niet tussen de balk en de grond door. Tot aan mijn borst lukte het wel. Ver genoeg om te zien dat het onder de wc kurkdroog is. De enkele maanden geleden door mijn zwager aangelegde afvoer werkte perfect. Mooi!
En toen zag ik opeens een bolletje en twee ogen. Een rat, schoot het door me heen. Heel even was ik heldhaftig en keek ik nog een keer. Daarna klom ik heel snel weer omhoog. Ik ben geen held. Dat staat maar weer eens vast. Vrienden van me zullen niet verrast zijn. Met mijn vrouw heb ik toen nog een tijdje door het luik gekeken, haar gewezen op ‘het bolletje’. Dat kon wel eens een rat zijn, bevestigde ze. En hij moest wel dood zijn, anders zat hij niet zo stil. Toen moesten we eten. Ik heb het luik dichtgemaakt en het laminaat er weer in geklikt. En nog twee zakjes vergif neergelegd. In de gang stonk het nog steeds.

Ik ben een Fransman

Marine le Pen flitste door mijn beeld. Niet expres, maar door de makers van het RTL-journaal.  Het zou verboden moeten worden. Enfin. De Franse politica riep iets over de EU en dat het wat haar betreft alleen maar om de Fransen ging, om Frankrijk en om de Franse keuken. Of zoiets. In ieder geval moest ze niets van de EU hebben. En ik dacht: dat is vreemd. Waarom stel je je kandidaat voor een parlement waar je eigenlijk niets van moet hebben? Aan de andere kant: als je een regering wil veranderen, moet je er eerst zelf in gaan zitten. Of je moet een staatsgreep plegen. Maar dat is zo anno….. Tja, anno 2014 denk ik. Thailand, Oekraïne, We leren nog niet echt van de geschiedenis.

DSC_2571

En dat dacht ik ook bij mevrouw Le Pen. Ze leert niets van de geschiedenis. Vervang in haar woorden ‘Frans’ voor ‘Duits’ en mensen beginnen zich al direct een stuk meer zorgen te maken. Maar in het Duitsland van 2014 hebben ze wél geleerd van de Tweede Wereldoorlog. Het is het meest Europa-minnende land van Europa. Misschien omdat ze er zoveel aan verdienen. Maar misschien ook wel omdat ze weten hoe gevaarlijk dat nationalisme is.

Het WK voetbal

Want daar moeten we het maar eens over hebben. Kijk op het WK vind ik het prima dat je voor één land bent. Wel zo makkelijk. Maar voor de rest doet dat nationalisme me niets. Ik ben niet trots op de Nederlandse identiteit. En wat is die eigenlijk? We zijn gevormd door Rome, door de Fransen, door de Spanjaarden. En tegenwoordig worden we gevormd door Amerika, door Google en door Hollywood. Natuurlijk het is reuze-makkelijk en samenbindend enzo en je kunt er ook ontzettend veel profijt van hebben. Maar het exclusieve ervan vindt ik stuitend. Alsof wij de enige zijn die recht hebben op dit stukje grond op de wereld. We mogen dankbaar zijn dat we er nog in vrijheid mogen worden. Om nu trots te worden op iets wat je gekregen hebt…

Koude kermis

U merkt het: ik ben voor een groot Europa. Maar het probleem is: de geschiedenis heeft tot nu toe uitgewezen dat écht samengaan een illusie is. Landen zijn gewoon te verschillend. Zeker wereldwijd. In Birma snappen ze niets van onze visie op mensenrechten. In Saoedi-Arabië geloven ze in een Allah die niets op heeft met de mensenrechten van Europa. Om de Britse historicus Mark Mazower te quoten:  ‘Een wereld waarin schendingen van mensenrechten belangrijker wordt geacht dan de onschendbaarheid van landsgrenzen, zou wel eens meer oorlogen, massamoorden en instabiliteit kunnen voortbrengen, en het is goed mogelijk dat een dergelijke wereld ook minder respect zou hebben voor recht en wet.’

Met andere woorden: trek je je niets aan van landgrenzen omdat je vindt dat alles moet zoals jij denkt, dan kon je wel eens van een koude kermis thuiskomen.

Razend ingewikkeld allemaal dus, die internationale politiek. Maar omdat ik niet van plan ben geweld te gebruiken – en ik respecteer voorlopig elke grens- denk ik toch dat je beter kunt dromen van een ideaal Europa, dan dat je in je nationale schulp kruipt. Dat je andere landen beter kunt waarderen en kunt helpen. Dat je dankbaar bent. Dus Marine, omdat je zo van ons houdt: vandaag zijn we allemaal Fransen. Pak ze aan, daar in Brussel, doe je best voor ons!

Ps: ik vrees dat Le Pen tegen het opgeven van Straatsburg is als geldverslindende tweede vergaderlocatie. Meer Frankrijk zeg maar. Wat het ook kost….

 

 

 

Magie of wonderlijke liefde?

Blog als reactie op de column van Ad de Bruijne in het ND van zaterdag10 mei 2014, pagina 15. Hij waarschuwt daarin voor ‘vrome magie’ in opwekkingsliederen door teksten als ‘Vergeef mijn zonden nu’ Voor wie het ND heeft, of krediet heeft: hier is tie te lezen. http://www.nd.nl/artikelen/2014/mei/10/vrome-magie Meestal ben ik niet zo van interne twisten, maar dit moest even gezegd, zo dacht ik.

Mijn reactie:
Vooropgesteld: ik ben bevooroordeeld. Zoals Ad de Bruijne sommige regels van opwekkingsregels moeilijk over zijn lippen kan krijgen, heb ik soms moeite met regels uit gezangen, soms zelfs psalmen. Woorden die nauwelijks uitspreekbaar zijn, of geen duidelijke betekenis hebben. Immers is ‘scha’ uit gezang 149 nu schade of schaamte? En alleen in kerkliederen spreek ik de Heer nog aan met ‘Gij’, hoewel ik er soms ook ‘u’ van maak. Flauw natuurlijk, maar ik ben een kind van mijn tijd. Een kind dat alles liever snel en direct tot zich wil nemen. Dat snel kan schakelen. En een kind dat duidelijke taaDSCF8178l wil. Maar tegelijkertijd ben ik ook een kind van een generatie die duidelijke taal spreekt. Verwachtingsvolle taal over een Grote God, die vol macht is.

En waar Ad de Bruine spreekt over de gevaren van vrome magie, vrees ik dat hij met zijn column een nieuw gevaar oproept. Namelijk het gevaar van het kleiner maken van God, het kleiner maken van het werk van de Geest. Dat komt wat mij betreft samen in de zinsnede ‘Ik voel Gods kracht’ uit Opwekking 488 die hij –kritisch- opneemt in de column. Is dat niet waar dan? Voelen we die dan niet? Leven we allemaal in een grote verwachting van die kracht, terwijl die nog niet is gearriveerd?
Het antwoord op die laatste vraag is wat mij betreft negatief. God doet ook in deze tijd grote wonderen. Wonderen waarvoor wij hem moeten loven. Ik geloof dat de liederen ook van daaruit zijn geschreven. Net zoals David psalmen schreef op momenten dat hij in nood verkeerde en het uitriep naar God. En zoals we in ons zingen God loven met het vertrouwen van David, kunnen we dat ook niet doen met het prijzen van de schrijvers die Opwekkingsliederen schreven? Juist daarin schuilt een belofte. Het lijkt me beter daarover te blijven zingen, dan angstvallig dat niet doen omdat niet in ieders leven er iets tastbaars gebeurt. Wat mij betreft mobiliseer je met het zingen over Gods krachten die niet, maar prijs je die krachten.
Met de woorden van David in psalm 34 (aangezien sommigen psalmen als hét voorbeeld zien van hoe het zou moeten): ‘Wie naar Hem opzien, stralen van vreugde. Schaamte zal hun gezicht niet kleuren.’

Krachten van de hemel
Ad de Bruijne schrijft ook : ‘Sommigen menen dat je als gelovigen kunt beschikken over de krachten van de hemel’. Dat kun je misschien op twee manieren uitleggen, maar ik denk dan: Gods Geest werkt toch liefde in ons? Is dat geen ‘kracht van de hemel? En als wij dat even niet zien of voelen, is God er dan niet toch? Is God niet in het huis waar wij samenkomen?
Het zinnetje ‘soms daalt de kracht van God wel neer op dit moment’ in de column van De Bruijne kun je lezen als: Gods kracht is maar soms met ons. Maar is Gods Geest niet altijd op ons? Misschien vertrouwen we als behoudende gereformeerden wel veel te weinig op die kracht. Willen we het inkaderen met eigen werken, onzekerheden. ‘Alleen als u het wil’’. Nee, je kunt God niet dwingen. Maar we mogen wel geloven in de kracht van de Geest die grote dingen kan doen. Ook direct. En waarom zou je dat niet eens een keer mogen vragen? Verwachten wij niet alles van onze Heer?

Een hopeloze fan

Een collega die je inmiddels iets te goed kent. Ik weet niet of je er eentje hebt, maar ik inmiddels wel. Het was zondag. Ik zat thuis voor de tv Nikki Terpstra reed alleen de wielerbaan van Roubaix op en ging de wedstrijd winnen. Dat wist iedereen.  Het werd een prachtige zege.

En toch hoopte ik nog. Dat op miraculeuze wijze een Belg uit de achtergrond zou flitsen om hem op het laatst te verslaan. Een Belg nog wel: Sep Vanmarcke. Hij was immers de enige Belkin-renner in de tweede groep. En mijn collega wist het. Hij zei tegen zijn zoon toen Terpstra won: ik ken in ieder geval een Nederlander die hier niet blij om is.

U begrijpt, ik ben Belkin-fan. Ik juich eerder voor een Duitser in een groen shirt dan voor 103_4657landgenoot Tom Dumoulin, die ook nog eens bij een Nederlandse ploeg rijdt. Het is ernstig. Ik besef het. Maar ik vanuit de Rabobankperiode een fervent Rabobankfan, inmiddels Belkin. Ik ben waarschijnlijk de laatste Nederlander die vindt dat Michael Rasmussen niet uit de Tour gehaald mocht worden toen hij stevig in het geel zat.

Ik ben een wielrenfanaticus. Zonder rellen, zonder geweld. Maar wel met verdriet. Om Robert Gesink bijvoorbeeld. De vaak beschimpte Robert Gesink die ik keer op keer heb verdedigd. Wat anderen betreft had die de Tour allang moeten winnen. En dus eisten ze veel van hem. Maar ik ben trots op wat hij heeft gepresteerd. En om de keuze die hij nu maakt voor een operatie, zodat hij weer vrijuit kan rijden zonder angsten om zijn hart. Ik ben in staat hem een bloemetje te brengen als hij straks onder het mes is geweest. Alles om hem weer de fiets op te krijgen, de berg op, op weg naar overwinningen. Wellicht gaat het gebeuren. Wellicht ook niet. Maar ik blijf er van dromen. Ik ben een hopeloze fan.

Ik heb je nodig

Het is zomaar een nieuwsdag. Terwijl ik ploeter op een groot interview komt er schokkend bericht na schokkend bericht binnen. Eerst de zelfmoord van een vader, die ook zijn drie kinderen ombrengt. Dan een meisje van 8 in Jemen dat sterft na de geslachtsgemeenschap in haar huwelijksnacht. Lees die laatste zin nog eens en bedenk dan dat dit echt de wereld is waar we in leven en dat haar man 40 jaar is.

Maar het is ver weg, en wat kunnen we eraan veranderen, behalve bidden? Niets. Maar niet het eerste bericht. Nee we kunnen de man, noch zijn kinderen niet ten leven wekken, wij niet. Maar misschien wel de wereld veranderen waarin dit soort dingen gebeuren.

Ik heb de afscheidsbrief van de man gelezen. Ik had het liever niet gedaan, maar enkele nieuwssites vonden dat het nodig was om de brief integraal (dus met vermelding van alle namen van exen en vriendinnen) te publiceren. Ik vind dat dat niet kan. Maar blijkbaar is de moreel te laag geworden. Nee, dat is het niet. Het heeft denk ik te maken met dat wat ik straks ook ga zeggen: liefde lijkt als werkwoord uit het woordenboek geschrapt. Liefhebben lijkt prima, zolang je er goed bij voelt.

Ik had de brief niet kunnen lezen, maar deed het toch. Verwerpelijk, zou je zeggen, want in feite doe ik precies dat wat ad.nl en metro.nl doen en wat ik veroordeel, namelijk meewerken aan de openbaarheid van de brief. En misschien klopt het ook wel. Maar toen dacht ik: het kwaad is toch al geschied. Hoewel niet iedereen het daar mee eens bleek te zijn, zo lees je hier: https://twitter.com/apheller

Ik ben er nog niet uit met die discussie. En door de brief te lezen leerde ik ook iets. Of, ik kwam ergens achter. Veel dingen die ik niet wilde weten. Maar ook een verhaal over  een gebroken man met  waanideeën over wat het beste was voor hem en zijn kinderen. Je kunt hard over de man oordelen. Terecht ook wel.  Maar het blijft aan me knagen. En het drukt me met de neus op de feiten: We krijgen het niet voor elkaar elkaar écht lief te hebben. We krijgen het niet voor elkaar elkaar in de gaten te houden, elkaars lasten te delen en te dragen.

Hier schrijft een man die alles alleen wil doen, een brief. Een man die niemand meer vertrouwt met zijn kinderen. Een man die ontzettend eenzaam is. En dan mag onze premier geen droom hebben voor ons volkje, of de wereld, omdat de beste liberaal denkt dat we het zelf wel allemaal  redden,  deze dag maakt wel duidelijk dat dat niet zo is.

En ik vrees dat geen droom ons ooit zover zal krijgen dat we dat wel kunnen.  Vandaag zei ik:  ‘ik ben blij dat ik mag geloven dat er een nieuw leven is, later’. En ik ben inderdaad blij, zielsblij met de wetenschap dat er meer is dan deze wereld.  Maar er is nu even nog meer pijn.  Vanwege zoveel mensen die nergens op hopen, zoals de vader en tot welke dingen dat kan leiden. Een van de omgebrachte jongens heeft dezelfde naam als mijn zoon. En ik ben ook een vader.

‘Maar jij zal zoiets toch nooit doen?’, zeg je misschien. ‘Natuurlijk niet’, zou ik zeggen. Maar ik heb inmiddels genoeg waanzin in mijn (journalistieke) leven meegemaakt om te weten welke bizarre dingen ‘normale mensen’ kunnen doen. Vooral als ze wanhopig zijn, verdrietig, of heel alleen. Geestelijk of lichamelijk.

Ik ben dat niet.  Ik ben vaak gelukkig. Omdat ik geweldige mensen om me heen heb, die me actief liefhebben, van me houden. Zelfs mensen die ik eigenlijk helemaal niet zo goed ken. Het zijn mensen die vragen hoe het met me gaat, die me zien staan. Misschien ben jij wel zo iemand. Blijf dat doen. Ik heb het nodig. Hou van me. En van de andere mensen om  je heen, ook je buren, ook hen met wie je minder vaak samen bent. Zelfs van die automobilist voor je, die maar niet opschiet. (ik heb er enorm moeite mee, maar wil me er niet meer aan ergeren- en het helpt als anderen me op mijn gedrag wijzen)

Heb lief.  Niet omdat je iets vreselijks als dit kunt voorkomen, maar omdat het leven er sowieso niet fijner op wordt als we het niet doen. En omdat we we elkaar gewoon nodig hebben. Ik moet aan de slag. En jij ook. Want ik heb je nodig.

Een nieuw verhaal, een eerste scene

,,Heb je al eens over haar geschreven?”
De vraag komt onverwacht. Een antwoord heb ik wel. Ik heb lang getwijfeld het te doen, wetend dat veel mensen verhalen schrijven om hun verdriet te verwerken. Maar ik heb er ook altijd een beetje op neergekeken. Dat heb ik toch niet nodig?, zo dacht ik zelfverzekerd. Een maand geleden ben ik toch begonnen. Het ging eigenlijk vanzelf.
,,Ik schrijf brieven’’, zeg ik kort.
Ze knikt begrijpend. Haar ogen wijzen van me af.

Opeens is de sfeer veranderd. Stenen van onzekerheid beginnen een muur van onbegrip tussen ons tweeën te vormen. De grootste stenen komen van mij.
En de volgende vraag staat alweer op haar lippen.
Ik ben haar voor en kom langzaam omhoog. ,,Ik moet maar eens gaan’’, zeg ik zachtjes.
,,Nee’’, zegt ze. ,,Sorry, ik had er niet over moeten beginnen. Je mag best blijven hoor.’’
,,Een andere keer.” Ik pak mijn jas van het bed af.
Ik zie haar verongelijkte gezicht. Ze voelt zich schuldig, maar ook onbegrepen. En ik weet: het is een vlucht. Ik ren voor wat te dichtbij komt, maar ik wil er niet over praten. Niet nu. Niet nu de droom nog leeft.